Escuchar (luisteren)

Escuchar (luisteren)

Leer het werkwoord "escuchar" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Escuchar (luisteren)

Describir pasatiempos (Hobby's beschrijven)

Spaans
(yo) escucho
(tú) escuchas
(él/ella/usted) escucha
(nosotros/nosotras) escuchamos
(vosotros/vosotras) escucháis
(ellos/ellas/ustedes) escuchan