1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

El libro

El libro Show

Het boek Show

El dibujo

El dibujo Show

De tekening Show

El cuadro

El cuadro Show

Het schilderij Show

La foto

La foto Show

De foto Show

La fotografía

La fotografía Show

De fotografie Show

La cámara

La cámara Show

De camera Show

La música

La música Show

De muziek Show

El instrumento

El instrumento Show

Het instrument Show

La película

La película Show

De film Show

El tiempo libre

El tiempo libre Show

De vrije tijd Show

Leer

Leer Show

Lezen Show

Escuchar

Escuchar Show

Luisteren Show

Sacar

Sacar Show

Foto nemen / maken Show

Dibujar

Dibujar Show

Tekenen Show

Pintar

Pintar Show

Schilderen Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Boletín del centro cultural: club de lectura y taller de pintura

Woorden om te gebruiken: lectura, fotos, Ya, libro, Ahora, hoy, después, dibujo, tiempo, Mañana

(Folder van het cultureel centrum: leesclub en schilderworkshop)

En el centro cultural de mi barrio hay muchas actividades para el libre. tenemos un club de los jueves por la tarde. Leemos un fácil en grupo y, , comentamos la historia. Antes, el club era solo para estudiantes, pero es para todos: jóvenes, adultos y personas mayores. hemos leído dos libros cortos este mes.

Los sábados por la mañana hay un taller de y pintura. En la clase usamos y cuadros famosos para practicar. Los participantes escuchan música tranquila mientras pintan. Luego, el profesor hace una foto de cada dibujo con su cámara y la pone en la página web del centro. vamos a sacar nuevas fotos para una pequeña exposición en la entrada.
In het cultureel centrum van mijn buurt zijn veel vrijetijdsactiviteiten. Op donderdagmiddag is er nu een leesclub. We lezen in groep een eenvoudig boek en bespreken daarna het verhaal. Vroeger was de club alleen voor studenten, maar tegenwoordig is hij voor iedereen: jongeren, volwassenen en ouderen. Deze maand hebben we al twee korte boeken gelezen.

Op zaterdagochtend is er een teken- en schilderworkshop. In de les gebruiken we foto’s en bekende schilderijen om te oefenen. De deelnemers luisteren naar rustige muziek terwijl ze schilderen. Daarna maakt de docent van elke tekening een foto met zijn camera en zet die op de website van het centrum. Morgen gaan we nieuwe foto’s maken voor een kleine tentoonstelling bij de ingang.

  1. ¿Qué actividad prefieres del centro cultural: el club de lectura o el taller de pintura? ¿Por qué?

    (Welke activiteit heeft jouw voorkeur in het cultureel centrum: de leesclub of de schilderworkshop? Waarom?)

  2. ¿Qué día y a qué hora es el club de lectura en el centro cultural?

    (Op welke dag en hoe laat is de leesclub in het cultureel centrum?)

  3. En tu ciudad o barrio, ¿hay actividades parecidas para el tiempo libre? Describe una.

    (Zijn er in jouw stad of buurt vergelijkbare vrijetijdsactiviteiten? Beschrijf er één.)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ahora, después del trabajo, escucho música en el metro. (Na het werk luister ik in de metro naar muziek.)
Los fines de semana leo un libro en el parque. (In het weekend lees ik in het park een boek.)
En mi tiempo libre pinto cuadros pequeños en casa. (In mijn vrije tijd schilder ik thuis kleine schilderijtjes.)
En las reuniones de equipo sacamos fotos con una cámara buena. (Tijdens teamvergaderingen maken we foto's met een goede camera.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ahora ___ música clásica mientras trabajo en el ordenador.

(Ik ___ nu naar klassieke muziek terwijl ik op de computer werk.)

2. Hoy ___ un cuadro pequeño para decorar mi oficina.

(Vandaag ___ een klein schilderij om mijn kantoor te versieren.)

3. Antes ___ ___ un libro sobre fotografía en mi tiempo libre.

(Eerder ___ ___ een boek over fotografie in mijn vrije tijd.)

4. Ya ___ ___ un correo para apuntarme a un curso de dibujo.

(Ik ___ ___ een e-mail om me in te schrijven voor een tekenles.)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Un compañero nuevo en el trabajo te pregunta: «¿Qué haces en tu tiempo libre?». Responde y habla de leer libros. (Usa: el tiempo libre, el libro, leer)

(Een nieuwe collega op het werk vraagt je: «Wat doe je in je vrije tijd?». Beantwoord en vertel over het lezen van boeken. (Gebruik: el tiempo libre, el libro, leer))

En mi tiempo libre  

(In mijn vrije tijd...)

Voorbeeld:

En mi tiempo libre leo el libro que tengo en casa. Me gusta leer por la noche.

(In mijn vrije tijd lees ik het boek dat ik thuis heb. Ik lees graag ’s avonds.)

2. Estás en una escuela de idiomas en Madrid. Hablas con otra estudiante sobre la música. Explica qué música escuchas normalmente. (Usa: la música, escuchar, me gusta)

(Je bent op een taalschool in Madrid. Je praat met een andere cursist over muziek. Leg uit welke muziek je gewoonlijk luistert. (Gebruik: la música, escuchar, me gusta))

Normalmente escucho  

(Normaal luister ik...)

Voorbeeld:

Normalmente escucho la música pop. Me gusta escuchar música en el metro.

(Normaal luister ik naar popmuziek. Ik luister graag naar muziek in de metro.)

3. Un amigo te invita al cine después del trabajo y te pregunta qué tipo de películas te gustan. Responde. (Usa: la película, me gusta, ver)

(Een vriend nodigt je na het werk uit naar de bioscoop en vraagt wat voor soort films je leuk vindt. Antwoord. (Gebruik: la película, me gusta, ver))

Me gusta ver  

(Ik kijk graag...)

Voorbeeld:

Me gusta ver la película de comedia. No me gusta una película muy larga.

(Ik kijk graag naar komische films. Ik houd niet van heel lange films.)

4. Hablas con tu profesora de español sobre tus hobbies creativos. Explica que te gusta dibujar o pintar en casa. (Usa: dibujar, pintar, la foto)

(Je praat met je Spaanse docente over je creatieve hobby’s. Leg uit dat je het leuk vindt om thuis te tekenen of te schilderen. (Gebruik: dibujar, pintar, la foto))

En casa me gusta  

(Thuis vind ik het leuk om...)

Voorbeeld:

En casa me gusta dibujar cosas simples. A veces pinto un cuadro pequeño de una foto.

(Thuis teken ik graag eenvoudige dingen. Soms schilder ik een klein schilderijtje naar een foto.)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een activiteit in je vrije tijd (lezen, muziek luisteren, foto’s maken, enz.) en leg uit wanneer je het doet en waarom je het leuk vindt.

Nuttige uitdrukkingen:

En mi tiempo libre me gusta… / Normalmente lo hago los… por la… / Antes no…, pero ahora… / Me gusta porque es relajante / interesante / divertido.

Ejercicio 7: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe el hobby en cada imagen. (Beschrijf de hobby in elke afbeelding.)
  2. ¿Cuál es tu actividad favorita? (Wat is je favoriete activiteit?)
  3. Crear un diálogo preguntando por el hobby favorito. (Maak een dialoog waarin je naar de favoriete hobby vraagt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

La mujer canta.

De vrouw zingt.

Son activos y practican deportes.

Ze zijn actief en doen aan sport.

Me gusta mucho escuchar música.

Ik luister heel graag naar muziek.

¿Qué te gusta hacer?

Wat doe je graag?

Me gusta leer.

Ik lees graag.

Me gusta pintar.

Ik hou van schilderen.

...