Limpiar (schoonmaken)

Limpiar (schoonmaken)

Leer het werkwoord "schoonmaken" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Limpiar (schoonmaken)

Nuestra casa (Ons huis)

Spaans
(yo) limpio
(tú) limpias
(él/ella/usted) limpia
(nosotros/nosotras) limpiamos
(vosotros/vosotras) limpiáis
(ellos/ellas/ustedes) limpian