Llamar (bellen) - Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Llamar - Vervoeging van bellen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs (Pretérito imperfecto, indicativo).
Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Llamar (bellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Nostalgia del hogar (Heimwee)
Vervoeging van llamar in de Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) llamaba | ik belde |
(tú) llamabas | jij belde |
(él/ella) llamaba | hij/zij belde |
(nosotros/nosotras) llamábamos | wij belden |
(vosotros/vosotras) llamabais | jullie belden |
(ellos/ellas) llamaban | zij belden |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo llamaba al teléfono de emergencia siempre. | Ik belde altijd het alarmnummer. |
Tú llamabas a la ambulancia en la emergencia. | Jij belde de ambulance bij een noodgeval. |
Él llamaba a la Cruz Roja para pedir socorro. | Hij belde het Rode Kruis om hulp te vragen. |
Nosotros llamábamos a los bomberos en la sala de urgencias. | Wij belden de brandweer in de spoedeisende hulp. |
Vosotros llamabais a la paramédica cuando había problemas. | Jullie belden de ambulanceverpleegkundige als er problemen waren. |
Ellos llamaban a la Seguridad Social por protección. | Zij belden de sociale zekerheid voor bescherming. |