Llenar (vullen)

Llenar (vullen)

Leer het werkwoord "Llenar" te vervoegen in het Spaans: voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Llenar (vullen)

Empacar tu equipaje (Je bagage pakken)

Spaans
(yo) he llenado
(tú) has llenado
(él/ella/usted) ha llenado
(nosotros/nosotras) hemos llenado
(vosotros/vosotras) habéis llenado
(ellos/ellas/ustedes) han llenado