Organizar (organiseren)

Organizar (organiseren)

Leer het werkwoord "organiseren" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige aanvoegende wijs, aanvoegende wijs tijd

Subjuntivo presente, subjuntivo (Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Organizar (organiseren)

Días de la semana y partes del día. (Dagen van de week en dagdelen)

Spaans
(yo) organice
(tú) organices
(él/ella/usted) organice
(nosotros/nosotras) organicemos
(vosotros/vosotras) organicéis
(ellos/ellas/ustedes) organicen