A1.9 - Dagen van de week en delen van de dag
Días de la semana y partes del día
1. Taalonderdompeling
A1.9.1 Activiteit
De week van Ana
3. Grammatica
A1.9.2 Grammatica
Voorzetsels: momenten van de dag aangeven
Belangrijk werkwoord
Ver (zien)
Belangrijk werkwoord
Quedar (afspreken)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Horario semanal del gimnasio FitCentro
Woorden om te gebruiken: mañana, sábado, martes, lunes, viernes, tarde, lunes, viernes, mediodía, domingo, jueves, miércoles
(Wekelijks schema van sportschool FitCentro)
En el gimnasio FitCentro tenemos clases todos los días. De a abrimos por la y por la . El por la mañana hay yoga y por la tarde hay clase de fuerza. El por la tarde tenemos zumba. El al hay una clase corta de estiramientos.
El por la tarde puedes ver una clase nueva de pilates. El por la mañana hay entrenamiento en grupo. El por la mañana abrimos solo para socios y al mediodía cerramos. El cerramos todo el día. Si quieres organizar tu semana, mira el horario y elige tu mejor día para venir al gimnasio.Bij sportschool FitCentro geven we elke dag lessen. Van maandag tot en met vrijdag zijn we ’s ochtends en ’s middags open. Op maandagochtend is er yoga en ’s middags een krachttraining. Op dinsdag hebben we ’s middags zumba. Op woensdag rond het middaguur is er een korte les rekken en strekken.
Op donderdag kun je ’s middags een nieuwe pilatesles volgen. Op vrijdagochtend is er een groepstraining. Op zaterdag zijn we ’s ochtends alleen open voor leden en sluiten we rond het middaguur. Op zondag zijn we de hele dag gesloten. Als je je week wilt plannen, kijk dan naar het schema en kies de beste dag om naar de sportschool te komen.
-
¿Qué actividades hay el lunes en el gimnasio FitCentro?
(Welke activiteiten zijn er op maandag in sportschool FitCentro?)
-
¿Qué día está el gimnasio cerrado todo el día?
(Op welke dag is de sportschool de hele dag gesloten?)
-
¿Qué día de la semana te gusta hacer deporte y en qué parte del día, por la mañana o por la tarde?
(Op welke dag van de week sport jij het liefst en op welk moment van de dag: ’s ochtends of ’s middags?)
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Los lunes por la mañana ___ el correo del trabajo.
(Maandagochtend ___ ik mijn werkmail door.)2. ¿___ el viernes por la tarde para ver la nueva oficina?
(___ we vrijdagmiddag afspreken om het nieuwe kantoor te bekijken?)3. Mis compañeros ___ a los clientes solo por la mañana.
(Mijn collega’s ___ de klanten alleen ’s ochtends.)4. El domingo por la noche ___ con mis amigos para ver una película.
(Zondagavond ___ ik met mijn vrienden af om een film te kijken.)Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Organizar la semana con un compañero
Lucía, compañera de trabajo: Show Javier, ¿quedamos el lunes por la mañana para ver el informe?
(Javier, zullen we maandagmorgen afspreken om het rapport te bekijken?)
Javier, compañero de trabajo: Show El lunes no puedo, tengo una reunión; pero el martes por la tarde sí.
(Maandag kan ik niet, ik heb een vergadering; maar dinsdagmiddag wel.)
Lucía, compañera de trabajo: Show Perfecto, entonces el martes por la tarde organizamos la semana.
(Perfect, dan plannen we het voor dinsdagmiddag.)
Javier, compañero de trabajo: Show Muy bien, el martes te veo en la oficina a las cinco.
(Goed, dan zie ik je dinsdag om vijf uur op kantoor.)
Open vragen:
1. ¿Qué días trabajas en la oficina por la mañana?
Op welke dagen werk je 's ochtends op kantoor?
2. ¿Con qué compañero o compañera quieres quedar un día para ver un proyecto?
Met welke collega wil je op een dag afspreken om een project te bespreken?
Planear el fin de semana por teléfono
Carlos, amigo: Show Ana, hoy es viernes por la noche, ¿quedamos mañana sábado por la tarde?
(Ana, het is vandaag vrijdagavond, zullen we morgen zaterdagmiddag afspreken?)
Ana, amiga: Show Sí, el sábado por la tarde está bien; el domingo por la mañana veo a mi familia.
(Ja, zaterdagmiddag is goed; zondagochtend zie ik mijn familie.)
Carlos, amigo: Show Genial, el sábado al mediodía te llamo y organizamos el lugar.
(Top, ik bel je zaterdag rond het middaguur en dan spreken we de plek af.)
Ana, amiga: Show Perfecto, nos vemos el sábado por la tarde en el centro.
(Prima, tot zaterdagmiddag in het centrum.)
Open vragen:
1. ¿Qué haces normalmente los sábados por la tarde?
Wat doe je meestal op zaterdagmiddag?
2. ¿Con quién quedas los domingos por la mañana?
Met wie spreek je af op zondagochtend?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu jefe organiza una reunión esta semana. Te pregunta: “¿Qué día puedes por la mañana?” Responde y di qué día te va bien. (Usa: El lunes, La mañana, trabajar)
(Je baas organiseert deze week een vergadering. Hij vraagt je: “Op welke dag kun je ’s ochtends?” Antwoord en zeg welke dag voor jou goed is. (Gebruik: El lunes, La mañana, trabajar))El lunes puedo
(El lunes puedo ...)Voorbeeld:
El lunes puedo por la mañana, no trabajo y tengo tiempo.
(El lunes puedo por la mañana, ik werk niet en heb tijd.)2. Un amigo te escribe para tomar un café después del trabajo. Te pregunta: “¿Quedamos hoy o mañana por la tarde?” Responde y di cuándo puedes. (Usa: Hoy, La tarde, quedar)
(Een vriend schrijft je om na het werk een kop koffie te drinken. Hij vraagt: “Zullen we vandaag of morgen in de namiddag afspreken?” Antwoord en zeg wanneer je kunt. (Gebruik: Hoy, La tarde, quedar))Hoy por la tarde
(Hoy por la tarde ...)Voorbeeld:
Hoy por la tarde puedo quedar, salgo de trabajar a las seis.
(Hoy por la tarde kan ik afspreken, ik ben om zes uur klaar met werken.)3. Llamas a la clínica para pedir cita con el médico. La recepcionista dice: “Tengo una cita el miércoles por la mañana y otra el jueves por la tarde”. Responde y elige un día. (Usa: El miércoles, El jueves, La mañana / La tarde)
(Je belt de kliniek om een afspraak met de dokter te maken. De receptioniste zegt: “Ik heb een afspraak op woensdag in de ochtend en een andere op donderdag in de namiddag.” Antwoord en kies een dag. (Gebruik: El miércoles, El jueves, La mañana / La tarde))El miércoles por la mañana
(El miércoles por la mañana ...)Voorbeeld:
El miércoles por la mañana está bien, tengo libre y puedo ir.
(El miércoles por la mañana is goed, ik ben vrij en kan komen.)4. Quieres organizar una cena con amigos este fin de semana. Preguntas en el grupo: “¿El sábado por la noche o el domingo al mediodía?” Di qué día prefieres y por qué. (Usa: El sábado, El domingo, La noche, El mediodía)
(Je wilt dit weekend een etentje met vrienden organiseren. Je vraagt in de groepschat: “Zaterdagavond of zondagmiddag?” Zeg welke dag je liever hebt en waarom. (Gebruik: El sábado, El domingo, La noche, El mediodía))El sábado por la noche
(El sábado por la noche ...)Voorbeeld:
El sábado por la noche es mejor, el domingo al mediodía estoy con mi familia.
(El sábado por la noche is beter, op zondagmiddag ben ik bij mijn familie.)Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over je week en zeg wat je elke dag ’s ochtends of ’s middags doet.
Nuttige uitdrukkingen:
De lunes a viernes… / Por la mañana… / Por la tarde… / El sábado / El domingo… / Este día hago… / No hago…
Ejercicio 7: Gespreksoefening
Instrucción:
- Nombra el día y la hora. (Noem de dag en het tijdstip.)
- Describe la actividad de cada persona. (Beschrijf de activiteit van elke persoon.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Es miércoles por la mañana. Het is woensdagochtend. |
|
Es sábado por la noche. Het is zaterdagavond. |
|
Es martes por la tarde. Het is dinsdagmiddag. |
|
El jueves María estudia por la mañana. Op donderdag studeert Maria 's ochtends. |
|
El sábado por la tarde prepara un pastel. Op zaterdag maakt hij 's middags een taart. |
|
El viernes los amigos celebran por la noche. Op vrijdag vieren de vrienden 's avonds. |
| ... |