Pagar (betalen)

Pagar (betalen)

Leer hoe je het werkwoord "betalen" vervoegt in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Pagar (betalen)

Precios y dinero (Prijzen en geld)

Spaans
(yo) pago
(tú) pagas
(él/ella/usted) paga
(nosotros/nosotras) pagamos
(vosotros/vosotras) pagáis
(ellos/ellas/ustedes) pagan