Pagar (betalen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Pagar - Vervoeging van betalen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Pagar (betalen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Precios y dinero (Prijzen en geld)
Vervoeging van betalen in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) pago | ik betaal |
(tú) pagas | jij betaalt |
(él/ella) paga | hij betaalt / zij betaalt |
(nosotros/nosotras) pagamos | wij betalen |
(vosotros/vosotras) pagáis | jullie betalen |
(ellos/ellas) pagan | zij betalen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo pago con tarjeta en la tienda. | Ik betaal met kaart in de winkel. |
Tú pagas el precio con dinero efectivo. | jij betaalt de prijs contant |
Él paga la factura cada mes. | hij betaalt de rekening elke maand |
Nosotros pagamos el descuento en la cuenta. | Wij betalen de korting op de rekening. |
Vosotros pagáis el cambio en euros. | Jullie betalen de wisselkoers in euro's. |
Ellos pagan caro porque compran en la tienda. | zij betalen duur omdat zij in de winkel kopen |