Romper (breken (een relatie uitmaken))

Romper (breken (een relatie uitmaken))

Leer het werkwoord "breken (een relatie uitmaken)" te vervoegen in het Spaans: onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

Pretérito indefinido, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Romper (breken (een relatie uitmaken))

Tener una cita (Daten)

Spaans
(yo) rompí
(tú) rompiste
(él/ella/usted) rompió
(nosotros/nosotras) rompimos
(vosotros/vosotras) rompisteis
(ellos/ellas/ustedes) rompieron