Trabajar (werken)
Leer het werkwoord "werken" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, indicatief.
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Trabajar (werken)
Profesiones y estudios (Beroepen en studies)
| Spaans |
|---|
| (yo) trabajo |
| (tú) trabajas |
| (él/ella/usted) trabaja |
| (nosotros/nosotras) trabajamos |
| (vosotros/vosotras) trabajáis |
| (ellos/ellas/ustedes) trabajan |