Venir (komen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Venir (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Venir - Vervoeging van Komen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Venir (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - ¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?)

Vervoeging van venir in de tegenwoordige tijd

Spaans Nederlands
(yo) vengo ik kom
(tú) vienes jij komt
(él/ella) viene hij/zij komt
(nosotros/nosotras) venimos wij komen
(vosotros/vosotras) venís jullie komen
(ellos/ellas) vienen zij komen

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo vengo al museo con mi invitación. Ik kom naar het museum met mijn uitnodiging.
¿Vienes a la exposición de arte esta tarde? Kom jij vanmiddag naar de kunsttentoonstelling
El cantante viene a la discoteca esta noche. De zanger komt vanavond naar de discotheek.
Venimos al concierto para escuchar la música. We komen naar het concert om naar de muziek te luisteren.
¿Venís al evento con la invitación del museo? Jullie komen naar het evenement met de uitnodiging van het museum.
Ellos vienen a ver la obra en el teatro. Zij komen het stuk in het theater bekijken.