Venir (komen)

Venir (komen)

Leer het werkwoord "Komen" te vervoegen in het onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs.

Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Venir (komen)

¿De dónde eres? (Waar kom je vandaan?)

Spaans
(yo) venía
(tú) venías
(él/ella/usted) venía
(nosotros/nosotras) veníamos
(vosotros/vosotras) veníais
(ellos/ellas/ustedes) venían