Voorbereiden (vorbereiten)
Lerne, das Verb „Vorbereiten“ im Niederländischen zu konjugieren: Verlaufsform Gegenwart, Indikativ.
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Präsens, indikativ)
Alle Konjugationen und Zeiten: Voorbereiden (vorbereiten)
Je leeftijd zeggen (Sagen Sie Ihr Alter)
| Niederländisch |
|---|
| (ik) bereid voor |
| (jij/je) bereidt voor / bereid je voor |
| (hij/zij/ze/het) bereidt voor |
| (wij/we) bereiden voor |
| (jullie) bereiden voor |
| (zij/ze) bereiden voor |