Voorbereiden (preparar) - Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo) Compartir ¡Copiado!

Voorbereiden - Conjugación de Preparar en neerlandés: Tabla de conjugación, ejemplos y ejercicios en el presente continuo, modo indicativo (Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs).
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo)
Todas las conjugaciones y tiempos: Voorbereiden (preparar) - Conjugación de verbos y ejercicios
Plan de estudios: Clase de neerlandés - Je leeftijd zeggen (Decir tu edad)
Conjugación de preparar en presente de indicativo
Neerlandés | Español |
---|---|
(ik) bereid voor | yo preparo |
(jij) bereidt voor / bereid je voor | tú preparas/preparas |
(hij/zij/het) bereidt voor | él/ella/eso prepara |
(wij) bereiden voor | nosotros preparamos |
(jullie) bereiden voor | vosotros preparáis |
(zij) bereiden voor | ellos preparan |
Frases de ejemplo
Neerlandés | Español |
---|---|
Ik bereid de sollicitatiebrief zorgvuldig voor. | Yo preparo la carta de solicitud con cuidado. |
Bereidt jij het cv voor voor de werkgever? | tú preparas el CV para el empleador |
Hij bereidt het sollicitatiegesprek voor. | Él prepara la entrevista de trabajo. |
Wij bereiden de jobbeschrijving voor samen. | Nosotros preparamos la descripción del trabajo juntos. |
Jullie bereiden de werkervaring voor op papier. | Vosotros preparáis la experiencia laboral en papel. |
Zij bereiden het profiel voor van de sollicitant. | Ellos preparan el perfil del solicitante. |