Zeggen (sagen) - Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Präsens, indikativ) Teilen Kopiert!

Zeggen - Konjugation von Sagen im Niederländischen: Konjugationstabelle, Beispiele und Übungen im Präsens, Indikativ. (Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs).
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Präsens, indikativ)
Alle Konjugationen und Zeiten: Zeggen (sagen) - Verbkonjugation und Übungen
Lehrplan: Niederländischunterricht - Je naam zeggen (Deinen Namen sagen)
Konjugation von sagen im Präsens
Niederländisch | Deutsch |
---|---|
(ik) zeg | ich sage |
(jij) zegt / zeg | du sagst / sage |
(hij/zij/het) zegt | er/sie/es sagt |
(wij) zeggen | wir sagen |
(jullie) zeggen | ihr sagt |
(zij) zeggen | sie sagen |
Beispielsätze
Niederländisch | Deutsch |
---|---|
Ik zeg mijn naam aan de meneer. | Ich sage meinen Namen dem Herrn. |
Jij zegt je voornaam heel duidelijk. | Du sagst deinen Vornamen sehr deutlich. |
Hij zegt zijn achternaam netjes. | Er sagt seinen Nachnamen ordentlich. |
Wij zeggen onze namen aan het meisje. | Wir sagen unsere Namen dem Mädchen. |
Jullie zeggen altijd goedemiddag samen. | Ihr sagt immer zusammen guten Nachmittag. |
Zij zeggen leuk je te ontmoeten. | Sie sagen, nett dich kennenzulernen. |