Dutch B1 module 6: Business (Business)

This is learning module 6 of 6 of our Dutch B1 syllabus. Each learning module contains 6 till 8 chapters.

Learning goals:

  • Leadership and team
  • Negotations and contracts
  • Common communication in the company
  • Business sectors and departments

Word list (167)

Core vocabulary (0):
Context vocabulary: 167

Dutch English
Aan bod komen To be addressed
Aandringen op To insist on
Aanmoedigen tot Encourage to
Aanpakken Tackle
Aansporen tot Urge to
Aantrekkelijk Attractive
Aanvangen met To start with
Aanzetten tot To incite to / To encourage to
Adviseren To advise
Afhangen van To depend on
Afstappen van To abandon / To step away from
Azen op To be after
Benoemen tot Appoint as
Beschikken over Have at one's disposal
Beseffen Realize
Besluiten Decide
Bestaan uit Consist of
Bieden To offer
Bijdragen aan To contribute to
Blijken To turn out
Concluderen To conclude
Concluderen uit To conclude from
De HR-directeur The HR director
De afstand Distance
De agenda The agenda
De algemeen directeur The general director
De ambassadeur The ambassador
De assistent The assistant
De autorisatie Authorization
De autosnelweg Motorway
De bagageruimte Trunk
De bankmedewerker The bank employee
De belofte The promise
De bijdrage Contribution
De bijeenkomst The meeting
De brandstof Fuel
De burgemeester The mayor
De burger The citizen
De busstrook Bus lane
De conferentie The conference
De consul The consul
De consument The consumer
De controle The control
De directeur The director
De file Traffic jam
De kans The chance
De kilometervergoeding Mileage allowance
De kofferbak Trunk
De korting The discount
De laboratoriumjas The lab coat
De leiding Leadership
De leidinggevende The manager
De locatie The venue
De minister van Binnenlandse Zaken The Minister of the Interior
De minister van Buitenlandse Zaken The Minister of Foreign Affairs
De minister van Defensie The Minister of Defence
De minister van Onderwijs The Minister of Education
De onderzoeker The researcher
De ontwerper The designer
De overstroming The flood
De politicus The politician
De raad van bestuur The board of directors
De recycling Recycling
De reiskosten Travel expenses
De sanctie Sanction
De sessie The session
De snelweg Highway
De spits Rush hour
De subsidie Subsidy
De taakverdeling The allocation of tasks
De teamleider The team leader
De termijn Term
De toestemming Consent
De truc The trick
De uitverkoop The sale
De veiligheidsgordel Seat belt
De veiligheidsprocedure The safety procedure
De vereiste Requirement
De vergunning Permit
De verkoopmanager The sales manager
De vertaler The translator
De vervuiling Pollution
De vice-president The vice president
De voetgangers Pedestrians
Deelnemen aan To participate in
Delen in To share in
Duiden op To indicate
Dwingen tot Force to
Geduldig Patient
Gelden voor Apply to
Geloven in Believe in
Het HR-departement The HR department
Het administratieve departement The administrative department
Het advocatenkantoor The law firm
Het bestuur The board
Het boekhouddepartement The accounting department
Het chemisch symbool The chemical symbol
Het district The district
Het duurzame beleid Sustainable policy
Het element The element
Het evenement The event
Het magazijn The warehouse
Het nadeel The disadvantage
Het netwerk The network
Het onderzoek The research
Het perron Platform
Het praatje The talk
Het programma The programme
Het spoor Railway
Het staatshoofd The head of state
Het tarief Fare
Het verband The correlation
Het vergunningstelsel The permitting system
Het vrije beroep The liberal profession
Het woon-werkverkeer Commute
In overleg met In consultation with
Ingaan tegen To go against
Kennismaken met To get acquainted with
Kritisch Critical
Meedoen aan To join in
Meegaan in/met To go along with
Nauwkeurig Accurate
Netwerken Networking
Nuttig Useful
Onderdoen voor To be inferior to
Onderwerpen aan To subject to
Onderzoek doen naar To research
Ontstaan uit To originate from
Openbaar Public
Opkomen voor Stand up for
Opschieten To hurry up
Opwekken tot To provoke / To encourage to
Overgaan tot To proceed to
Overhalen om To persuade to
Overtuigen van To convince of
Parkeren To park
Profiteren van To take advantage of
Refereren aan To refer to
Rekenen op Count on
Sociaal Social
Stemmen op Vote for
Steunen op Rely on
Strekken tot To extend to / To amount to
Streven naar Strive for
Strijden tegen To fight against
Toestaan Allow
Toezien op Supervise
Uitbreiden To expand
Uitkomen op To result in
Verbieden Prohibit
Vertraging hebben To be delayed
Vervaardigen uit To manufacture from
Vervaardigen van To manufacture of
Voordelig Advantageous
Waken voor To guard against
Werkzaam Employed
Wijzen naar To point to
Zich bedienen van To make use of
Zich beroemen op Boast about
Zich inzetten voor To commit oneself to / To campaign for
Zich lenen tot To lend itself to / To be suitable for
Zich onthouden van To refrain from
Zich richten op To target
Zich schikken naar Adapt to
Zich wenden tot Turn to
Zinnen op To aim for
Zuiveren van To purify from