Acteren (agir)

Conjugaison de acteren (agir) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.

Acteren (agir)

Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:

Infinitief Voltooid deelwoord
Acteren (Agir) Geacteerd (Acté)

Temps de verbe

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) acteer
(jij/je) acteert
(hij/zij/ze/het) acteert
(wij/we) acteren
(jullie) acteren
(zij/ze) acteren

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) acteerde
(jij/je) acteerde
(hij/zij/ze/het) acteerde
(wij/we) acteerden
(jullie) acteerden
(zij/ze) acteerden

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb geacteerd
(jij/je) hebt geacteerd
(hij/zij/ze/het) heeft geacteerd
(wij/we) hebben geacteerd
(jullie) hebben geacteerd
(zij/ze) hebben geacteerd

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb geacteerd
(jij/je) hebt geacteerd
(hij/zij/ze/het) heeft geacteerd
(wij/we) hebben geacteerd
(jullie) hebben geacteerd
(zij/ze) hebben geacteerd

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal acteren
(jij/je) zult acteren
(hij/zij/ze/het) zal acteren
(wij/we) zullen acteren
(jullie) zullen acteren
(zij/ze) zullen acteren

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal geacteerd hebben
(jij/je) zal geacteerd hebben
(hij/zij/ze/het) zal geacteerd hebben
(wij/we) zullen geacteerd hebben
(jullie) zullen geacteerd hebben
(zij/ze) zullen geacteerd hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou acteren
(jij/je) zou acteren
(hij/zij/ze/het) zou acteren
(wij/we) zouden acteren
(jullie) zouden acteren
(zij/ze) zouden acteren

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou geacteerd hebben
(jij/je) zou geacteerd hebben
(hij/zij/ze/het) zou geacteerd hebben
(wij/we) zouden geacteerd hebben
(jullie) zouden geacteerd hebben
(zij/ze) zouden geacteerd hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Acteer!