Annuleren (annuler)
Apprenez à conjuguer le verbe « Annuleren » en néerlandais : temps du présent parfait, mode indicatif
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)
Toutes les conjugaisons et les temps: Annuleren (annuler)
Transport huren (Louez votre moyen de transport)
| Néerlandais |
|---|
| (ik) heb geannuleerd |
| (jij/je) hebt geannuleerd / hebt geannuleerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geannuleerd |
| (wij/we) hebben geannuleerd |
| (jullie) hebben geannuleerd |
| (zij/ze) hebben geannuleerd |