Bellen (appeler)
Apprenez à conjuguer le verbe « appeler » en néerlandais : temps du passé composé, mode indicatif
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)
Toutes les conjugaisons et les temps: Bellen (appeler)
Boek uw accommodatie (Réservez votre hébergement)
| Néerlandais |
|---|
| ik heb gebeld |
| (jij/je) jij hebt gebeld / jij hebt gebeld |
| (hij/zij/ze/het) hij/zij/het heeft gebeld |
| (wij/we) wij hebben gebeld |
| jullie hebben gebeld |
| (zij/ze) zij hebben gebeld |