Opmaken (se préparer)

Conjugaison de opmaken (Établir) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.

Opmaken (se préparer)

Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:

Infinitief Voltooid deelwoord
Opmaken (Établir) opgemaakt (rédigé)

Temps de verbe

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) maak op
(jij/je) maakt op
(hij/zij/ze/het) maakt op
(wij/we) maken op
(jullie) maken op
(zij/ze) maken op

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) maakte op
(jij/je) maakte op
(hij/zij/ze/het) maakte op
(wij/we) maakten op
(jullie) maakten op
(zij/ze) maakten op

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb opgemaakt
(jij/je) hebt opgemaakt
(hij/zij/ze/het) heeft opgemaakt
(wij/we) hebben opgemaakt
(jullie) hebben opgemaakt
(zij/ze) hebben opgemaakt

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb opgemaakt
(jij/je) hebt opgemaakt
(hij/zij/ze/het) heeft opgemaakt
(wij/we) hebben opgemaakt
(jullie) hebben opgemaakt
(zij/ze) hebben opgemaakt

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal opmaken
(jij/je) zult opmaken
(hij/zij/ze/het) zal opmaken
(wij/we) zullen opmaken
(jullie) zullen opmaken
(zij/ze) zullen opmaken

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal opgemaakt hebben
(jij/je) zal opgemaakt hebben
(hij/zij/ze/het) zal opgemaakt hebben
(wij/we) zullen opgemaakt hebben
(jullie) zullen opgemaakt hebben
(zij/ze) zullen opgemaakt hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou opmaken
(jij/je) zou opmaken
(hij/zij/ze/het) zou opmaken
(wij/we) zouden opmaken
(jullie) zouden opmaken
(zij/ze) zouden opmaken

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou opgemaakt hebben
(jij/je) zou opgemaakt hebben
(hij/zij/ze/het) zou opgemaakt hebben
(wij/we) zouden opgemaakt hebben
(jullie) zouden opgemaakt hebben
(zij/ze) zouden opgemaakt hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Maak op!