Opschieten (se dépêcher)
Conjugaison de opschieten (se dépêcher) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.
Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Opschieten
(Se dépêcher)
|
opgeschoten
(pressé)
|
Temps de verbe
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) schiet op |
| (jij/je) schiet op |
| (hij/zij/ze/het) schiet op |
| (wij/we) schieten op |
| (jullie) schieten op |
| (zij/ze) schieten op |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) schoot op |
| (jij/je) schoot op |
| (hij/zij/ze/het) schoot op |
| (wij/we) schoten op |
| (jullie) schoten op |
| (zij/ze) schoten op |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben opgeschoten |
| (jij/je) bent opgeschoten |
| (hij/zij/ze/het) is opgeschoten |
| (wij/we) zijn opgeschoten |
| (jullie) zijn opgeschoten |
| (zij/ze) zijn opgeschoten |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) ben opgeschoten |
| (jij/je) bent opgeschoten |
| (hij/zij/ze/het) is opgeschoten |
| (wij/we) zijn opgeschoten |
| (jullie) zijn opgeschoten |
| (zij/ze) zijn opgeschoten |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal opschieten |
| (jij/je) zult opschieten |
| (hij/zij/ze/het) zal opschieten |
| (wij/we) zullen opschieten |
| (jullie) zullen opschieten |
| (zij/ze) zullen opschieten |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal zijn opgeschoten |
| (jij/je) zult zijn opgeschoten |
| (hij/zij/ze/het) zal zijn opgeschoten |
| (wij/we) zullen zijn opgeschoten |
| (jullie) zullen zijn opgeschoten |
| (zij/ze) zullen zijn opgeschoten |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou opschieten |
| (jij/je) zou opschieten |
| (hij/zij/ze/het) zou opschieten |
| (wij/we) zouden opschieten |
| (jullie) zouden opschieten |
| (zij/ze) zouden opschieten |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou opgeschoten zijn |
| (jij/je) zou opgeschoten zijn |
| (hij/zij/ze/het) zou opgeschoten zijn |
| (wij/we) zouden opgeschoten zijn |
| (jullie) zouden opgeschoten zijn |
| (zij/ze) zouden opgeschoten zijn |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|