Ordenen op (trier par)

Conjugaison de ordenen op (ordonner sur) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.

Ordenen op (trier par)

Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:

Infinitief Voltooid deelwoord
Ordenen op (ordonner sur) geordend op (rangé)

Temps de verbe

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) orden op
(jij/je) ordent op
(hij/zij/ze/het) ordent op
(wij/we) ordenen op
(jullie) ordenen op
(zij/ze) ordenen op

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) ordende op
(jij/je) ordende op
(hij/zij/ze/het) ordende op
(wij/we) ordenden op
(jullie) ordenden op
(zij/ze) ordenden op

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb opgeruimd
(jij/je) hebt opgeruimd
(hij/zij/ze/het) heeft opgeruimd
(wij/we) hebben opgeruimd
(jullie) hebben opgeruimd
(zij/ze) hebben opgeruimd

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb opgeruimd
(jij/je) hebt opgeruimd
(hij/zij/ze/het) heeft opgeruimd
(wij/we) hebben opgeruimd
(jullie) hebben opgeruimd
(zij/ze) hebben opgeruimd

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal ordenen op
(jij/je) zult ordenen op
(hij/zij/ze/het) zal ordenen op
(wij/we) zullen ordenen op
(jullie) zullen ordenen op
(zij/ze) zullen ordenen op

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal opgeruimd hebben
(jij/je) zult opgeruimd hebben
(hij/zij/ze/het) zal opgeruimd hebben
(wij/we) zullen opgeruimd hebben
(jullie) zullen opgeruimd hebben
(zij/ze) zullen opgeruimd hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou opordenen
(jij/je) zou opordenen
(hij/zij/ze/het) zou opordenen
(wij/we) zouden opordenen
(jullie) zouden opordenen
(zij/ze) zouden opordenen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou opgeruimd hebben
(jij/je) zou opgeruimd hebben
(hij/zij/ze/het) zou opgeruimd hebben
(wij/we) zouden opgeruimd hebben
(jullie) zouden opgeruimd hebben
(zij/ze) zouden opgeruimd hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Orden op!