Proosten (proster)

Conjugaison de proosten (porter un toast) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.

Proosten (proster)

Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:

Infinitief Voltooid deelwoord
Proosten (Porter un toast) Geproost (Porté (trinqué))

Temps de verbe

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) proost
(jij/je) proost
(hij/zij/ze/het) proost
(wij/we) proosten
(jullie) proosten
(zij/ze) proosten

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) proostte
(jij/je) proostte
(hij/zij/ze/het) proostte
(wij/we) proostten
(jullie) proostten
(zij/ze) proostten

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb geproost
(jij/je) hebt geproost
(hij/zij/ze/het) heeft geproost
(wij/we) hebben geproost
(jullie) hebben geproost
(zij/ze) hebben geproost

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb geproost
(jij/je) hebt geproost
(hij/zij/ze/het) heeft geproost
(wij/we) hebben geproost
(jullie) hebben geproost
(zij/ze) hebben geproost

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal proosten
(jij/je) zult proosten
(hij/zij/ze/het) zal proosten
(wij/we) zullen proosten
(jullie) zullen proosten
(zij/ze) zullen proosten

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal geproost hebben
(jij/je) zal geproost hebben
(hij/zij/ze/het) zal geproost hebben
(wij/we) zullen geproost hebben
(jullie) zullen geproost hebben
(zij/ze) zullen geproost hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou proosten
(jij/je) zou proosten
(hij/zij/ze/het) zou proosten
(wij/we) zouden proosten
(jullie) zouden proosten
(zij/ze) zouden proosten

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou geproost hebben
(jij/je) zou geproost hebben
(hij/zij/ze/het) zou geproost hebben
(wij/we) zouden geproost hebben
(jullie) zouden geproost hebben
(zij/ze) zouden geproost hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Proost!