Stelen (voler)

Stelen (voler)

Apprenez à conjuguer le verbe « voler » en néerlandais : passé parfait, mode indicatif.

Voltooid verleden tijd (VVT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Stelen (voler)

Vakantieramp? (Une catastrophe de vacances ?)

Néerlandais
ik heb gestolen
(jij/je) jij hebt gestolen / heb je gestolen
(hij/zij/ze/het) hij heeft gestolen
(wij/we) wij hebben gestolen
jullie hebben gestolen
(zij/ze) zij hebben gestolen