Strijden tegen (se battre contre)
Conjugaison de strijden tegen (lutter contre) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.
Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Strijden tegen
(lutter contre)
|
gestreden tegen
(s'être battu contre)
|
Temps de verbe
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) strijd tegen |
| (jij/je) strijdt tegen |
| (hij/zij/ze/het) strijdt tegen |
| (wij/we) strijden tegen |
| (jullie) strijden tegen |
| (zij/ze) strijden tegen |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) streed tegen |
| (jij/je) streed tegen |
| (hij/zij/ze/het) streed tegen |
| (wij/we) streden tegen |
| (jullie) streden tegen |
| (zij/ze) streden tegen |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb gestreden tegen |
| (jij/je) hebt gestreden tegen |
| (hij/zij/ze/het) heeft gestreden tegen |
| (wij/we) hebben gestreden tegen |
| (jullie) hebben gestreden tegen |
| (zij/ze) hebben gestreden tegen |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb gestreden tegen |
| (jij/je) hebt gestreden tegen |
| (hij/zij/ze/het) heeft gestreden tegen |
| (wij/we) hebben gestreden tegen |
| (jullie) hebben gestreden tegen |
| (zij/ze) hebben gestreden tegen |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal strijden tegen |
| (jij/je) zal strijden tegen |
| (hij/zij/ze/het) zal strijden tegen |
| (wij/we) zullen strijden tegen |
| (jullie) zullen strijden tegen |
| (zij/ze) zullen strijden tegen |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal gestreden hebben tegen |
| (jij/je) zal gestreden hebben tegen |
| (hij/zij/ze/het) zal gestreden hebben tegen |
| (wij/we) zullen gestreden hebben tegen |
| (jullie) zullen gestreden hebben tegen |
| (zij/ze) zullen gestreden hebben tegen |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou strijden tegen |
| (jij/je) zou strijden tegen |
| (hij/zij/ze/het) zou strijden tegen |
| (wij/we) zouden strijden tegen |
| (jullie) zouden strijden tegen |
| (zij/ze) zouden strijden tegen |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou gestreden hebben tegen |
| (jij/je) zou gestreden hebben tegen |
| (hij/zij/ze/het) zou gestreden hebben tegen |
| (wij/we) zouden gestreden hebben tegen |
| (jullie) zouden gestreden hebben tegen |
| (zij/ze) zouden gestreden hebben tegen |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|