Tonen (montrer)

Tonen (montrer)

Apprenez à conjuguer le verbe « montrer » en néerlandais : futur antérieur, mode indicatif

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk), aantonende wijs (Futur antérieur, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Tonen (montrer)

Op de camping (Au camping)

Néerlandais
(ik) zal tonen
(jij/je) zal tonen / zult tonen
(hij/zij/ze/het) zal tonen
(wij/we) zullen tonen
(jullie) zullen tonen
(zij/ze) zullen tonen