Boire (drinken)

Boire (drinken)

Leer het werkwoord "boire" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, uitdrukking van de werkelijkheid

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Boire (drinken)

Nourriture quotidienne (Dagelijks eten)

Frans
(je/j') je bois / j' bois
tu bois
(il/elle/on) il boit / elle boit / on boit
nous buvons
vous buvez
(ils/elles) ils boivent / elles boivent