Parler (spreken) - Imparfait, indicatif (Onvoltooid verleden tijd, indicatief)

 Parler (spreken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Parler - Verbuiging van spreken in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, bedrijvende wijs (Imparfait, indicatif).

Imparfait, indicatif (Onvoltooid verleden tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Parler (spreken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leerplan: Franse les - Dire ton nom (Je naam zeggen)

Vervoeging van spreken in de imparfait

Frans Nederlands
(je/j') parlais ik sprak
(tu) parlais jij sprak
(il/elle/on) parlait hij/zij/men sprak
(nous) parlions wij spraken
(vous) parliez jullie spraken
(ils/elles) parlaient zij spraken

Voorbeeldzinnen

Frans Nederlands
Je parlais au ministre. Ik sprak met de minister.
Tu parlais avec le président de la société. Jij sprak met de president van het bedrijf.
Elle parlait de politique avec moi. Ze sprak met mij over politiek.
Nous parlions de la nouvelle loi. Wij spraken over de nieuwe wet.
Vous parliez de qui voter. Jullie spraken over wie te stemmen
Ils parlaient de la révolution. zij spraken over de revolutie