Préparer (voorbereiden)

Préparer (voorbereiden)

Leer het werkwoord "voorbereiden" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, indicatief.

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Préparer (voorbereiden)

Dire ton âge (Je leeftijd zeggen)

Frans
(je/j') je prépare
tu prépares
il/elle/on prépare
nous préparons
vous préparez
ils/elles préparent