Bagnarsi (zich wassen) - Passato prossimo, indicativo (Perfectum, aantonende wijs)

 Bagnarsi (zich wassen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Bagnarsi - Vervoeging van zich wassen in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, bedrijvende wijs (Passato prossimo, indicativo).

Passato prossimo, indicativo (Perfectum, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Bagnarsi (zich wassen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Igiene personale (Persoonlijke hygiëne)

Vervoeging van zich wassen in de passato prossimo

Italiaans Nederlands
(io) mi sono bagnato/mi sono bagnata ik heb me gewassen
(tu) ti sei bagnato/ti sei bagnata jij bent nat geworden
(lui/lei) si è bagnato/si è bagnata hij/zij heeft zich gewassen
(noi) ci siamo bagnati/ci siamo bagnate wij hebben ons gewassen
(voi) vi siete bagnati/vi siete bagnate jullie hebben je gewassen
(loro) si sono bagnati/si sono bagnate zij hebben zich gewassen

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Mi sono bagnato con lo shampoo oggi. Ik heb me vandaag met shampoo gewassen.
Ti sei bagnata con il docciaschiuma ieri? Jij hebt je gisteren met de douchegel gewassen
Si è bagnato mentre lavava i capelli. Hij/zij heeft zich nat gemaakt terwijl hij/zij zijn/haar haar waste.
Ci siamo bagnati usando il sapone nuovo. Wij hebben ons gewassen met de nieuwe zeep.
Vi siete bagnate prima di mettere il deodorante? Jullie hebben je gewassen voordat jullie deodorant op deden
Si sono bagnati durante la doccia veloce. Zij hebben zich nat gemaakt tijdens de snelle douche.