Cucinare (koken) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Cucinare (koken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Cucinare - Verbuiging van koken in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Cucinare (koken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Cucinare e fare dolci (Koken en bakken)

Vervoeging van koken in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) cucino ik kook
(tu) cucini jij kookt
(lui/lei) cucina hij/zij kookt
(noi) cuciniamo wij koken
(voi) cucinate jullie koken
(loro) cucinano zij koken

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Io cucino con olio e aglio fresco. Ik kook met olie en verse knoflook.
Tu cucini la pasta con il pomodoro. Jij kookt de pasta met de tomaat.
Lei cucina la cena con burro e spezie. Zij kookt het avondeten met boter en kruiden.
Noi cuciniamo mescolando gli ingredienti giusti. Wij koken door de juiste ingrediënten te mengen.
Voi cucinate la torta con farina e zucchero. Jullie koken de taart met bloem en suiker.
Loro cucinano una ricetta fatta in casa oggi. Zij koken vandaag een zelfgemaakt recept.