Imparare (leren) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Imparare (leren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Imparare - Verbuiging van leren in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Imparare (leren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Corsi di hobby (Hobbylessen)

Vervoeging van imparare in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) imparo ik leer
(tu) impari jij leert
(lui/lei) impara hij/zij leert
(noi) impariamo wij leren
(voi) imparate jullie leren
(loro) imparano zij leren

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Imparo la ceramica durante la lezione di prova. Ik leer keramiek tijdens de proefles.
Tu impari subito con l'istruttore esperto. Jij leert meteen met de ervaren instructeur.
Lui impara la pittura nella scuola di musica. Hij leert schilderen op de muziekschool.
Noi impariamo seguendo un corso di pasticceria. Wij leren door het volgen van een banketbakkerijcursus.
Voi imparate a partecipare al programma del corso. Jullie leren deelnemen aan het cursusprogramma.
Loro imparano con passione e molta creatività. Zij leren met passie en veel creativiteit.