Invitare (uitnodigen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Invitare (uitnodigen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Invitare - Vervoeging van uitnodigen in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief. (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Invitare (uitnodigen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Visitando gli amici (Vrienden bezoeken)

Verbuiging van uitnodigen in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) invito ik nodig uit
(tu) inviti jij nodigt uit
(lui/lei) invita hij/zij nodigt uit
(noi) invitiamo wij nodigen uit
(voi) invitate jullie nodigen uit
(loro) invitano zij nodigen uit

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Invito gli amici per la serata di gioco. Ik nodig de vrienden uit voor de spelavond.
Inviti la fidanzata a prendere un caffè? Jij nodigt je vriendin uit om een kop koffie te nemen
Invita il padrone di casa alla festa. Hij/zij nodigt de gastheer uit voor het feest.
Invitiamo gli ospiti al gioco da tavola. wij nodigen de gasten uit voor het bordspel
Invitate tutti a giocare a giochi di carte. Jullie nodigen iedereen uit om kaartspellen te spelen.
Invitano gli amici al luna park domani. Zij nodigen vrienden uit in het pretpark morgen.