Mangiare (eten) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Mangiare (eten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Mangiare - vervoeging van eten in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Mangiare (eten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Cibo quotidiano (Dagelijks eten)

Vervoeging van eten in tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) mangio ik eet
(tu) mangi jij eet
(lui/lei) mangia hij/zij eet
(noi) mangiamo wij eten
(voi) mangiate jullie eten
(loro) mangiano zij eten

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Io mangio il pane ogni mattina. Ik eet elke ochtend brood.
Tu mangi il formaggio con la pasta. Jij eet de kaas met de pasta.
Lui mangia l'insalata a pranzo. Hij eet de salade bij de lunch.
Noi mangiamo le uova a colazione. Wij eten eieren bij het ontbijt.
Voi mangiate il pomodoro fresco oggi. Jullie eten vandaag de verse tomaat.
Loro mangiano il caffè con il cappuccino. Zij eten de koffie met de cappuccino.