Bakken (bakken)

Bakken (bakken)

Leer het werkwoord "bakken" te vervoegen in het tegenwoordig aan de gang zijn, aantonende wijs.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Bakken (bakken)

Koken en bakken (Koken en bakken)

Nederlands
(ik) bak
(jij/je/u) bakt/bak
(hij/zij/ze/het) bakt
(wij/we) bakken
(jullie) bakken
(zij/ze) bakken