Maken (maken)

Maken (maken)

Leer het werkwoord "maken" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Maken (maken)

Dagen van de week en dagdelen (Dagen van de week en dagdelen)

Nederlands
(ik) maak
(jij/je/u) maakt/maak
(hij/zij/ze/het) maakt
(wij/we) maken
(jullie) maken
(zij/ze) maken