Leer de delen van de dag.
Leer de namen van de 7 dagen van de week
Beschrijf je wekelijkse activiteiten.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Werkschema in een ziekenhuis
Een verpleger praat met de administratie over de planning van de week.
Grammatica: Voorzetsels van tijd (in, om, op, voor,...)
Voorzetsels van tijd geven een tijdstip of periode aan, zoals 'om zeven uur', 'in een uur', 'vanaf negen uur'.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!