Ruiken (ruiken)

Ruiken (ruiken)

Leer het werkwoord "Ruiken" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd voortdurend, aantonende wijs.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Ruiken (ruiken)

Zintuigen en waarnemen (Zintuigen en waarnemen)

Nederlands
(ik) ruik
(jij/je/u) ruikt
(hij/zij/ze/het) ruikt
(wij/we) ruiken
(jullie) ruiken
(zij/ze) ruiken