Slapen (slapen)

Slapen (slapen)

Leer het werkwoord "slapen" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Slapen (slapen)

Dagelijkse routines (Dagelijkse routines)

Nederlands
(ik) slaap
(jij/je/u) slaapt/slaapt
(hij/zij/ze/het) slaapt
(wij/we) slapen
(jullie) slapen
(zij/ze) slapen