1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (13)

Dagelijks Show

Dagelijks Show

Werken Show

Werken Show

Beginnen Show

Beginnen Show

Doen Show

Doen Show

Douchen Show

Douchen Show

Zich wassen Show

Zich wassen Show

Zich aankleden Show

Zich aankleden Show

Kammen Show

Kammen Show

Zich scheren Show

Zich scheren Show

Wakker worden Show

Wakker worden Show

Opstaan Show

Opstaan Show

Ontbijten Show

Ontbijten Show

Slapen Show

Slapen Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp-bericht: Je krijgt een WhatsApp-bericht van je Nederlandse collega over zijn ochtendroutine en de begintijd op kantoor; reageer en vertel kort over jouw ochtend en hoe laat jij meestal begint met werken.


Hoi [naam],

Morgen beginnen we vroeg op kantoor. Ik wil om 8.00 uur al met het werk beginnen.

Mijn ochtendroutine is zo:

  • Ik sta op om 6.30 uur.
  • Ik was me en ik douche kort.
  • Daarna kleed ik me aan en ik kam mijn haar.
  • Ik ontbijt met een broodje en een kop koffie.
  • Om 7.30 uur ga ik naar het werk met de fiets.

Hoe is jouw dagelijkse ochtend? Hoe laat word jij wakker? En hoe laat kom jij morgen op kantoor?

Groet,
Mark


Hoi [naam],

Morgen beginnen we vroeg op kantoor. Ik wil om 8.00 uur al met het werk beginnen.

Mijn ochtendroutine is als volgt:

  • Ik sta op om 6.30 uur.
  • Ik was me en neem een korte douche.
  • Daarna kleed ik me aan en kam ik mijn haar.
  • Ik ontbijt met een broodje en een kop koffie.
  • Om 7.30 uur ga ik naar het werk met de fiets.

Hoe ziet jouw ochtend er meestal uit? Hoe laat word jij wakker? En hoe laat kom jij morgen op kantoor?

Groet,
Mark


Begrijp de tekst:

  1. Hoe ziet de ochtendroutine van Mark eruit? Noem twee dingen die hij doet.

  2. Hoe laat wil Mark morgen op kantoor met het werk beginnen?

Nuttige zinnen:

  1. Mijn ochtendroutine is: …

  2. Ik sta op om … uur en ik ga naar het werk om … uur.

  3. Morgen kom ik om … uur op kantoor.

Hoi Mark,

Dank je voor je bericht.

Mijn ochtendroutine is rustig. Ik sta op om 7.00 uur. Ik was me en ik douche kort. Daarna kleed ik me aan. Ik ontbijt met brood en thee. Soms drink ik ook een kop koffie.

Ik ga om 7.45 uur van huis weg en ik kom morgen om 8.00 uur op kantoor.

Groet,
[je naam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik begin elke dag met een kop koffie en het nieuws lezen.
Na het opstaan was ik me en kleed ik me aan.
Tijdens het ontbijt praat ik met mijn collega’s over het werk.
's Avonds, voordat ik ga slapen, scheer ik me en lees ik een boek.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ me elke ochtend voordat ik ontbijt.


2. Daarna ___ hij zich snel vóór het werk.


3. Jij ___ je gezicht en kamt je haar.


4. Wij ___ ons na het sporten in de sportschool.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je collega vraagt op kantoor: “Hoe ziet jouw ochtend eruit?” Vertel kort over jouw dagelijkse ochtendroutine. (Gebruik: wakker worden, opstaan, ontbijten)

Ik ontbijt    

Voorbeeld:

Ik ontbijt elke ochtend thuis. Meestal eet ik brood en drink ik koffie.

2. Je partner wil weten hoe laat jij ’s avonds stopt met werken. Leg kort uit wanneer je klaar bent en wat je dan doet. (Gebruik: werken, stoppen, slapen)

Ik werk    

Voorbeeld:

Ik werk tot zes uur. Daarna eet ik en kijk ik tv. Om elf uur ga ik slapen.

3. Je huisgenoot maakt veel lawaai in de badkamer. Jij legt rustig uit wat jij ’s ochtends in de badkamer doet. (Gebruik: douchen, zich wassen, zich scheren)

Ik douche    

Voorbeeld:

Ik douche elke ochtend kort. Daarna was ik mijn gezicht en kam ik mijn haar.

4. Een nieuwe collega vraagt: “Hoe laat begin jij met jouw dag?” Vertel wanneer je wakker wordt, opstaat en begint met jouw dag. (Gebruik: dagelijks, beginnen, doen)

Ik word    

Voorbeeld:

Ik word elke dag om zeven uur wakker. Dan sta ik op en begin ik met mijn dag.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw ochtendroutine op een werkdag, vanaf het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je begint met werken of studeren.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik word wakker om ... uur. / Ik sta op en dan ... / Daarna ga ik ... / Tot slot begin ik met werken of studeren.

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Vertel op welk uur Raul welke activiteit doet. (Vertel op welk uur Raul welke activiteit doet.)
  2. Beschrijf je dagelijkse routine. (Beschrijf je dagelijkse routine.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Om 7:00 wordt Raul wakker.

Om kwart over zeven doucht Raul.

Raul gaat om half twaalf 's nachts naar bed.

Ik sta op om half acht.

Ik ontbijt om kwart voor acht.

Ik ga om tien uur 's avonds naar bed.

...