Leer in deze les hoe je dagelijkse routines en persoonlijke verzorging beschrijft met wederkerende werkwoorden zoals zich wassen en zich scheren. Begrijp belangrijke woorden als opstaan, kammen en haasten voor praktische gesprekken over ochtend- en werkgewoonten.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (13) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Verdeel de woorden in twee groepen: activiteiten die je thuis doet en activiteiten die je bij het werk doet.
Activiteiten thuis
Activiteiten op het werk
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Zich aankleden
Zich aankleden
2
Opstaan
Opstaan
3
Zich scheren
Zich scheren
4
Beginnen
Beginnen
5
Douchen
Douchen
Oefening 5: Gespreksoefening
Instructie:
- Vertel op welk uur Raul welke activiteit doet. (Vertel op welk uur Raul welke activiteit doet.)
- Beschrijf je dagelijkse routine. (Beschrijf je dagelijkse routine.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik _____ elke ochtend voordat ik ontbijt.
2. Jij _____ snel voordat het werk begint.
3. Hij _____ elke dag van negen tot vijf uur.
4. We _____ altijd goed na het sporten.
Oefening 8: Dagelijkse ochtendroutine van Mark
Instructie:
Werkwoordschema's
Opstaan - Opstaan
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik sta op
- jij staat op
- hij/zij staat op
- wij staan op
- jullie staan op
- zij staan op
Zich wassen - Zich wassen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik was me
- jij wast je
- hij/zij wast zich
- wij wassen ons
- jullie wassen je
- zij wassen zich
Zich scheren - Zich scheren
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik scheer me
- jij scheert je
- hij/zij scheert zich
- wij scheren ons
- jullie scheren je
- zij scheren zich
Kammen - Kammen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik kam
- jij kamt
- hij/zij kamt
- wij kammen
- jullie kammen
- zij kammen
Slapen - Slapen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik slaap
- jij slaapt
- hij/zij slaapt
- wij slapen
- jullie slapen
- zij slapen
Oefening 9: Wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich scheren)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich scheren)
Toon vertaling Toon antwoordenwas me, scheert je, vergist zich, wassen zich, haasten je, herinner me, schaamt zich
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.16.2 Grammatica
Wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich scheren)
Wederkerende werkwoorden (zich wassen, zich scheren)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Zich scheren zich scheren Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) scheer me | (ik) scheer me |
(jij) scheert je / scheer jij je | (jij) scheert je / scheer jij je |
(hij/zij/het) scheert zich | (hij/zij/het) scheert zich |
(wij) scheren ons | (wij) scheren ons |
(jullie) scheren je / scheren jullie je | (jullie) scheren je / scheren jullie je |
(zij) scheren zich | (zij) scheren zich |
Zich wassen zich wassen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) was me | (ik) was me |
(jij) wast je/wast u | (jij) wast je/wast u |
(hij/zij/het) wast zich | (hij/zij/het) wast zich |
(wij) wassen ons | (wij) wassen ons |
(jullie) wassen je | (jullie) wassen je |
(zij) wassen zich | (zij) wassen zich |
Slapen slapen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) slaap | (ik) slaap |
(jij) slaapt/slaapt | (jij) slaapt/slaapt |
(hij/zij/het) slaapt | (hij/zij/het) slaapt |
(wij) slapen | (wij) slapen |
(jullie) slapen | (jullie) slapen |
(zij) slapen | (zij) slapen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Dagelijkse routines
In deze les leer je hoe je dagelijkse handelingen en routines in het Nederlands beschrijft. We richten ons vooral op wederkerende werkwoorden zoals zich wassen en zich scheren, die veel voorkomen bij persoonlijke verzorging. Daarnaast komen gewone werkwoorden en zinnen over het dagelijks leven aan bod.
Belangrijke thema’s
- Wederkerende werkwoorden: Werkwoorden die aangeven dat het onderwerp iets aan zichzelf doet, bijvoorbeeld ik was me of hij scheert zich.
- Dagelijkse routines: Activiteiten thuis zoals opstaan, douchen, ontbijten, en haasten om op tijd te zijn.
- Werkgerelateerde acties: Woorden en uitdrukkingen voor werken, lunchen en haasten.
Voorbeelden van nuttige woorden en uitdrukkingen
- ik was me – ik reinig mezelf
- zich scheren – zich van gezichtshaar ontdoen
- opstaan – uit bed gaan
- douchen – onder de douche gaan
- zich haasten – zich snel bewegen om op tijd te zijn
Wederkerende werkwoorden in actie
Deze werkwoorden veranderen afhankelijk van het onderwerp. Bijvoorbeeld: ik was me, jij wast je, hij wast zich. Dit is belangrijk om correct te spreken en schrijven.
Praktische oefeningen en dialogen
In de les zijn interactieve dialogen aangeboden waarbij je dagelijkse situaties oefent zoals je ochtendroutine thuis, werkgewoonten en avondrituelen. Hierdoor verbeter je je spreekvaardigheid en begrip.
Deze les is geschikt voor A1-leerlingen
De onderwerpen en taal zijn eenvoudig en direct toepasbaar in het dagelijks leven. De focus ligt op basiswoorden en zinnen om routines te beschrijven en wederkerende werkwoorden te oefenen.
Verschillen met de instructietaal
In het Nederlands worden sommige handelingen met wederkerende werkwoorden uitgedrukt die in het Nederlands niet altijd een apart wederkerend voornaamwoord gebruiken, zoals zich wassen. Het is belangrijk om dit goed te begrijpen om fouten te vermijden. Enkele nuttige uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld ik herinner me (ik denk aan iets) en ik schaam me (ik voel me beschaamd), die ook wederkerend zijn. Deze specifieke constructies verschillen qua gebruik en vorm van vergelijkbare uitdrukkingen in sommige andere talen.