Wandelen (wandelen)
Leer het werkwoord "wandelen" te vervoegen in het tegenwoordige duurvorm, aanduidende wijs.
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Wandelen (wandelen)
Jouw huisdieren (Jouw huisdieren)
| Nederlands |
|---|
| (ik) wandel |
| (jij/je/u) wandelt |
| (hij/zij/ze/het) wandelt |
| (wij/we) wandelen |
| (jullie) wandelen |
| (zij/ze) wandelen |