Leer de basisdieren (huisdieren).
Beschrijf de routines, de dagelijkse verzorging en het voer van je huisdier.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Mijn kat plast in huis!
Lisanne gaat naar de dierenarts met bezorgdheden over haar kat.
Grammatica: Uitspraak van 'ij' en 'ei'
De klanken 'ij' en 'ei' klinken hetzelfde, maar worden anders geschreven. Voorbeelden: 'ijs', 'lijst', 'trein'.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!