Zich afmelden (zich afmelden)

Zich afmelden (zich afmelden)

Leer het werkwoord "zich afmelden" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige wijs.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Zich afmelden (zich afmelden)

Thuiswerken of op kantoor? (Thuiswerken of op kantoor?)

Nederlands
(ik) meld mij af
(jij) meldt/jij meldt af
(hij/zij/het) meldt af
(wij) melden ons af
(jullie) melden je af
(zij) melden zich af