In deze les leer je belangrijke woorden en uitdrukkingen over thuiswerken en kantoorgebruik, zoals 'melden' (zich aanmelden/afmelden) en passieve zinnen met 'worden'. Je oefent met gesprekken over werkplekken en dagelijkse taken.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Verbinden
Verbinden
2
De laptop
De laptop
3
Op afstand
Op afstand
4
Het telewerken
Het telewerken
5
Zich afmelden
Zich afmelden
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Werk je op afstand, op locatie of beiden? (Werk je op afstand, op locatie of beide?)
- Geef je mening over thuiswerken. (Geef je mening over werken op afstand.)
- Heeft u de voorkeur voor videogesprekken of persoonlijke bijeenkomsten? (Heeft u liever videogesprekken of vergaderingen in persoon?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ik doe beide. Ik werk twee dagen vanuit huis en ga drie dagen naar kantoor. |
Ik ga naar het kantoor. Ik werk persoonlijk samen met mijn team. |
Naar mijn mening is thuiswerken beter. Ik kan meer bij mijn familie zijn. |
Ik denk van wel, remote werken is nuttig. Ik kan op een rustige plek werken. |
Videogesprekken zijn beter voor mij. Ik bespaar tijd en hoef niet te reizen. |
Ik geef de voorkeur aan vergaderingen in persoon. Het is makkelijker om te spreken en te begrijpen. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Iedere ochtend _____ hij zich aan voor het videogesprek.
2. Als hij klaar is, _____ hij zich af bij de vergadering.
3. De verbinding _____ vaak gecontroleerd door de IT-afdeling.
4. Het platform _____ elke dag door duizenden mensen gebruikt.
Oefening 5: Thuiswerken of op kantoor?
Instructie:
Werkwoordschema's
Zich afmelden - Zich afmelden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik meld me af
- jij meldt je af
- hij/zij/het meldt zich af
- wij melden ons af
- jullie melden je af
- zij melden zich af
Zich aanmelden - Zich aanmelden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik meld me aan
- jij meldt je aan
- hij/zij/het meldt zich aan
- wij melden ons aan
- jullie melden je aan
- zij melden zich aan
Worden - Worden
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik word
- jij wordt
- hij/zij/het wordt
- wij worden
- jullie worden
- zij worden
Zijn - Zijn
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
- ik ben
- jij bent
- hij/zij/het is
- wij zijn
- jullie zijn
- zij zijn
Oefening 6: Passieve zinnen
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Passieve zinnen
Toon vertaling Toon antwoordenis, werd, wordt, was
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Zich afmelden zich afmelden Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) meld mij af | (ik) meld mij af |
(jij) meldt/jij meldt af | (jij) meldt/jij meldt af |
(hij/zij/het) meldt af | (hij/zij/het) meldt af |
(wij) melden ons af | (wij) melden ons af |
(jullie) melden je af | (jullie) melden je af |
(zij) melden zich af | (zij) melden zich af |
Zich aanmelden zich aanmelden Delen Gekopieerd!
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) meld me aan | (ik) meld me aan |
(jij) meldt je aan/meld aan | (jij) meldt je aan/meld aan |
(hij/zij/het) meldt zich aan | (hij/zij/het) meldt zich aan |
(wij) melden ons aan | (wij) melden ons aan |
(jullie) melden je aan/melden je aan | (jullie) melden je aan/melden je aan |
(zij) melden zich aan | (zij) melden zich aan |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Thuiswerken of op kantoor? – Lesoverzicht A2
In deze les leer je over de thema's thuiswerken versus werken op kantoor. We richten ons op het gebruik van passieve zinnen en veelvoorkomende werkwoordsvormen in de tegenwoordige tijd (OTT) die bij beroepsmatige communicatie passen. De nadruk ligt op dagelijkse werkactiviteiten, het organiseren van videogesprekken en het bespreken van werkvoordelen.
Belangrijke taalonderdelen in deze les
- Passieve zinnen: Zinnen waarin het onderwerp de handeling ondergaat, bijvoorbeeld "Het videogesprek wordt gestart door de manager".
- Werkwoorden in onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT): zoals "melden", "worden", en "zijn" met vervoegingen passend bij het onderwerp.
- Zich aan- en afmelden: belangrijke reflexieve werkwoorden voor online communicatie.
Voorbeelden van nuttige woorden en uitdrukkingen
- melden zich aan/af – zich registreren of uitschrijven van een vergadering
- wordt gestart – iets wordt in gang gezet (bijvoorbeeld een videogesprek)
- worden gecontroleerd – iets wordt gecontroleerd, bijvoorbeeld apparatuur of verbinding
- de verbinding is – de status van de internet- of netwerkverbinding
Lesinhoud
Je oefent gesprekken voeren over de voordelen en uitdagingen van thuiswerken versus op kantoor werken. Ook leer je plannen maken voor het organiseren van videogesprekken en hoe dagelijkse taken worden aangepakt wanneer je thuis werkt.
Daarnaast vind je oefeningen met werkwoordvervoegingen en een korte verhaaltekst waarin je het gebruik van passieve constructies en reflexieve werkwoorden in natuurlijke situaties ziet.
Passieve zinnen in het Nederlands
Passieve constructies worden vaak gebruikt om te benadrukken wat er met iets gebeurt, zonder de uitvoerder te noemen. Bijvoorbeeld: "De documenten worden digitaal gedeeld". Dit is erg praktisch om werkzaamheden of processen te beschrijven.
Reflexieve werkwoorden
Werkwoorden als zich aanmelden en zich afmelden zijn reflexief, wat betekent dat het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert. Ze worden vaak gebruikt bij het inloggen of uitschrijven van online meetings.
Verschillen tussen instructietaal en het Nederlands
Omdat de instructietaal en leerdoeltaal beide Nederlands zijn, zijn er minder vertalingsverschillen. Let wel op regionale uitdrukkingen en omgangsvormen, zoals:
- Thuiswerken – in Nederland een gangbare term voor werken vanuit huis.
- Videogesprek – soms ook wel videovergadering genoemd.
- Werkplek – kan fysiek kantoor of thuisomgeving betekenen.
Hiermee kun je op een natuurlijke manier communiceren en begrijpen hoe je het beste over het onderwerp kunt praten.