Biegać (rennen)

Biegać (rennen)

Leer het werkwoord "rennen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, indicatieve wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Biegać (rennen)

Sport i ćwiczenia (Sport en beweging)

Pools
(ja) biegam
(ty) biegasz
(on/ona/ono) biega
(my) biegamy
(wy) biegacie
(oni/one) biegają