Czekać na (uitkijken naar)

Czekać na (uitkijken naar)

Leer het werkwoord "uitkijken naar" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, indicatief.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Czekać na (uitkijken naar)

Pory roku, miesiące i części roku (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)

Pools
(ja) czekam
(ty) czekasz
(on/ona/ono) czeka
(my) czekamy
(wy) czekacie
(oni/one) czekają