Leer de seizoenen en maanden.
Beschrijf het weer in elk seizoen en elke maand.
Vertel wat je doet in welke maand van het jaar.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Hoe beïnvloedt de maand van geboorte iemands aard?
Natan komt boodschappen doen en loopt zijn vroegere kennis Ewa tegen het lijf; ze beginnen te praten over de geboorte van haar kind.
Kort verhaal: In welke maand worden genieën geboren?
Wat is het effect van relatieve leeftijd?
Grammatica: Toekomende tijd – vorm "będzie"
De vorm "będzie" is de onpersoonlijke vorm van het werkwoord "być" die gebruikt wordt om gebeurtenissen in de toekomstige tijd uit te drukken.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!