Leer essentile Poolse woorden over seizoenen zoals 'wiosna' (lente) en 'zima' (winter), maanden zoals 'stycze4' (januari) en 'maj' (mei), en gebruik praktische zinnen over weer en activiteten gedurende het jaar.
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Wijs de gegeven woorden toe aan een van de twee categorieën: "Seizoenen" of "Maanden".
Pory roku
Miesiące
Ćwiczenie 4: Gespreksoefening
Instrukcja:
- Kun je de seizoenen en maanden noemen? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
- Hoe is het weer in elk seizoen? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
- Welke maanden vallen in welk seizoen? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Lato składa się z trzech miesięcy: czerwca, lipca i sierpnia. Er zijn drie maanden in de zomer: juni, juli en augustus. |
Latem jest gorąco. In de zomer is het heet. |
Wrzesień, październik i listopad są jesienią i często pada deszcz. September, oktober en november zijn in de herfst, en het regent vaak. |
Grudzień, styczeń i luty to miesiące zimowe. December, januari en februari zijn de wintermaanden. |
Zimą czasami pada śnieg. In de wintermaanden sneeuwt het soms. |
Marzec, kwiecień i maj to wiosenne miesiące, a pogoda jest świeża. Maart, april en mei zijn de lentemaanden en het weer is fris. |
... |
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. W marcu często ___ deszcz i jest chłodno.
(In maart ___ het vaak en is het koel.)2. Latem lubię ___ nad morze.
(In de zomer rijd ik graag ___ naar de zee.)3. W grudniu ___ dużo czasu z rodziną.
(In december ___ we veel tijd door met familie.)4. Wiosną ___ kwiaty i robi się coraz cieplej.
(In de lente ___ de bloemen en wordt het steeds warmer.)Oefening 7: Wat ik doe in de verschillende seizoenen
Instructie:
Werkwoordschema's
Woleć - Lievelingsprefereren
Czas teraźniejszy
- ja wolę
- ty wolisz
- on/ona/ono woli
- my wolimy
- wy wolicie
- oni/one wolą
Być - Zijn
Czas teraźniejszy
- ja jestem
- ty jesteś
- on/ona/ono jest
- my jesteśmy
- wy jesteście
- oni/one są
Jeździć - Gaan
Czas teraźniejszy
- ja jeżdżę
- ty jeździsz
- on/ona/ono jeździ
- my jeździmy
- wy jeździcie
- oni/one jeżdżą
Chodzić - Maken
Czas teraźniejszy
- ja chodzę
- ty chodzisz
- on/ona/ono chodzi
- my chodzimy
- wy chodzicie
- oni/one chodzą
Urlopować się - Vakantie hebben
Czas teraźniejszy
- ja urlopuję się
- ty urlopujesz się
- on/ona/ono urlopuje się
- my urlopujemy się
- wy urlopujecie się
- oni/one urlopują się
Pływać - Zwemmen
Czas teraźniejszy
- ja pływam
- ty pływasz
- on/ona/ono pływa
- my pływamy
- wy pływacie
- oni/one pływają
Opalać się - Zonnen
Czas teraźniejszy
- ja opalam się
- ty opalasz się
- on/ona/ono opala się
- my opalamy się
- wy opalacie się
- oni/one opalają się
Zbierać - Verzamelen
Czas teraźniejszy
- ja zbieram
- ty zbierasz
- on/ona/ono zbiera
- my zbieramy
- wy zbieracie
- oni/one zbierają
Gotować - Koken
Czas teraźniejszy
- ja gotuję
- ty gotujesz
- on/ona/ono gotuje
- my gotujemy
- wy gotujecie
- oni/one gotują
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Pools oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Seizoenen, maanden en delen van het jaar in het Pools
Deze les behandelt de basiswoordenschat en zinsconstructies die te maken hebben met de seizoenen, maanden en het jaar in het Pools op A1-niveau. Het doel is om je te helpen dagelijkse gesprekken over het weer, seizoenen en maandelijkse activiteiten te begrijpen en te voeren.
Belangrijkste woordenschat
- Pory roku (seizoenen): wiosna (lente), lato (zomer), jesień (herfst), zima (winter)
- Miesiące (maanden): styczeń (januari), maj (mei), wrzesień (september), grudzień (december)
Zinnen en voorbeelden
Je leert zinnen die typische weersomstandigheden en activiteiten beschrijven, bijvoorbeeld:
- W zimie pada śnieg i jest bardzo zimno. (In de winter valt sneeuw en het is erg koud.)
- Wiosną kwitną kwiaty, a temperatura jest przyjemna. (In de lente bloeien bloemen en is de temperatuur aangenaam.)
- Latem lubię jeździć nad jezioro i opalać się. (In de zomer ga ik graag naar het meer en zonnebaden.)
- Jesienią liście na drzewach zmieniają kolor. (In de herfst verkleuren de bladeren aan de bomen.)
Gespreksvaardigheden
Je oefent hoe je kunt praten over je favoriete seizoen, huidige weersomstandigheden en welke activiteiten je in bepaalde maanden doet. Dit sluit aan bij praktische communicatie in het Pools.
Werkwoorden en vervoegingen
De les bevat vervoegingen van belangrijke werkwoorden in de tegenwoordige tijd, zoals:
- wolę (ik verkies), jest (is), jeżdżę (ik rijd), chodzimy (wij lopen), urlopujemy się (wij hebben vakantie), pływamy (wij zwemmen)
Verschillen tussen Nederlands en Pools
In tegenstelling tot het Nederlands kent het Pools zes naamvallen, wat betekent dat de vorm van zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden verandert afhankelijk van hun functie in de zin. Hierdoor veranderen ook voorzetsels en werkwoordcombinaties vaak de naamval van woorden. Bijvoorbeeld, in plaats van het vaste voorzetsel systeem in het Nederlands, moet je in het Pools vaak de naamval van het woord aanpassen.
Enkele nuttige Poolse uitdrukkingen en woorden die je kunt vergelijken met het Nederlands zijn:
- Wiosna - lente (geen lidwoord in het Pools)
- Jest ciepło - het is warm (er is geen werkwoord 'zijn' in de tegenwoordige tijd in het Pools, het is gewoon 'jest')
- Chodzimy na spacery - wij maken wandelingen (aspect van het werkwoord is belangrijk in het Pools)
Let op dat het gebruik van werkwoordvervoegingen en naamvallen essentieel is om correcte Poolse zinnen te vormen.