Czytać (lezen)
Vervoeging van czytać (lezen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 6: Miasto i wieś (De stad en het dorp)
Les 41: Opisywanie zainteresowań (Hobby's beschrijven)
Werkwoordsvormen
| Tryb oznajmujący (Indicatieve wijs) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Czas teraźniejszy
|
Czas przeszły
|
Czas przyszły
|
|||||||||
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |
|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |
|---|---|
Tryb rozkazujący
|