Dostać (krijgen)

Dostać (krijgen)

Leer het werkwoord "krijgen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Dostać (krijgen)

Adres i dane kontaktowe (Adres en contactgegevens)

(ja) dostaję
(ty) dostajesz
(on/ona/ono) dostaje
(my) dostajemy
(wy) dostajecie
(oni/one) dostają