Gotować (koken)

Gotować (koken)

Leer het werkwoord "Koken" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, indicatieve wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Gotować (koken)

Gotowanie i pieczenie (Koken en bakken)

Pools
(ja) gotuję
(ty) gotujesz
(on/ona/ono) gotuje
(my) gotujemy
(wy) gotujecie
(oni/one) gotują